„Ik begrijp er niets meer van," zegt Erik
tegen Bob.
Erik zit aan de keukentafel. Jeroentje is gelukkig even
rustig aan het spelen in de kamer.
Bob roert in het beslag voor de
pannenkoeken.
„Wat begrijp je niet?"
„Jeroentje niet. Zit hij met zijn tong uit
zijn mond
een tekening te maken. Is hij klaar, verkreukelt hij
hem meteen!"
„Tsja," zegt Bob.
„Jij begrijpt er ook niks van?"
„Nou, nee. Niet helemaal, nee. Misschien
houdt hij
wel van tekenen, maar niet zo van tekeningen."
„Dat kan, ja. Ik denk het, zoiets," zegt Erik.
„Vind je het toch wel een beetje leuk dat
hij op
bezoek is?" vraagt Bob.
„Nou, leuk, leuk..." zegt Erik. „Hij doet
allemaal
van die rare dingen. Als hij een boterham wil, dan
vraagt hij aan jou 'wijje brotebram?' Of hoe hij het
ook zegt. En met tekenen begint hij gewoon meteen,
zonder na te hoeven denken.
En hij zit erbij te kijken alsof hij zelf
ook benieuwd
is wat het gaat worden. Volgens mij is dat niet hele-
maal normaal. Ik heb altijd een plan met tekenen."
„En dat met die koekjes," zegt Bob.
„Die zogenaamde korsten, bedoel je?"
„Ja."
Erik tikt tegen zijn hoofd. „Volgens mij is
hij een
beetje kreezie," zegt hij. „In de wc stond hij te kijken
alsof hij nog nooit zijn eigen piemeltje gezien had.
En daarna deed hij net of het een elastiekje was."
„Ja, echt." Erik moet er weer om lachen als
hij eraan
denkt.
„Het is toch wel goed afgelopen?" vraagt Bob
ter-
wijl hij een scheutje melk bij het beslag doet.
„Alles zit er nog aan, als je dat bedoelt.
En dat met
het wc-papier, dat heb je gezien, toch?"
Bob knikt. „Ik heb het opgeruimd," zegt hij,
„en de
sliert die nog op de grond lag weer zo goed mogelijk
op de rol gedraaid."
„Het zijn troepmakers, die jochies van
twee," zegt
Erik.
Bob haalt de lepel een paar keer door de
beslagkom
en kijkt of het dun genoeg is voor de pannenkoeken.
Dan schuift hij de kom opzij en veegt zijn voorhoofd
af. „Dat wel, ja," zegt hij en laat zich op een keuken-
stoel zakken. „Ik ga zo met bakken beginnen. Maar
eerst even zitten. Pfff..."
„Ik zei het je toch," mompelt Erik, vooral
tegen
zichzelf. Hij loopt naar de kamer. Als hij langs de wc
komt, ziet hij het weer voor zich. Jeroentje in zijn
blote kontje, druk bezig snippers te maken. En
daarna alles de wastafel in. Erik grijnst.